“Afri – leven in een migrantenwijk” door Jutta Chorus
Jutta Chorus, journaliste van NRC-Handelsblad , woonde 1xbd jaar lang in de Rotterdamse Afrikaanderwijk, die voor 80% uit migranten bestaat. Doel was een boek te schrijven over wat er "achter de voordeuren leefde". Zij volgde met opschrijfboekje in de hand een Turkse, een Marokkaanse en een van origine Nederlandse familie.
In het decembernummer 50 (jaargang 2009) van de VPRO-gids werd zij gexefnterviewed over haar boek. Interessant is dat het boek niet alleen scherp wordt samengevat, maar dat zij ook -terugkijkend op het verschijnen ervan- in staat wordt gesteld haar mening te geven over de gevolgen voor haar. En dat door een VPRO-journalist, een type dat nou niet direct bekend staat om kritisch vermogen tegenover minderheden!
.
Want de inhoud van haar boek liegt er niet om. Ze schildert een ontluisterend beeld van het middeleeuwse clanleven in deze wijk. Het zijn grote gezinnen, vrijwel iedereen heeft een uitkering, scholen worden zelden afgemaakt en geweld en bedreiging vormen daar de totaal geaccepteerde norm van het leven. Familie-eer is zonder uitzondering de eer van de clanleiders. Dreiging met eerwraak, maar net zo gemakkelijk uitvoering ervan vormt de uiteindelijke hefboom om wat dan ook voor elkaar te krijgen. Binnen de clans, tussen de clans, maar ook tegenover buren en politie.
Duidelijk wordt waarom gemeentelijke, politieke en politiebestuurders zich zo politiek correct opstellen. Een politieagente die vuurwerk afgestoken krijgt tegen haar oor, onderneemt bijvoorbeeld geen enkele actie tegen de Turkse dader, die er lachend bij blijft staan. Het is allemaal angst voor islamitische terreurdreiging. Dat dit gaat ten koste van de democratische vrijheden en de rechten van in de eerste plaats de autochtone Nederlander, daarover hoor je hen niet. Zij gaan liever ieder conflict met deze clans uit de weg onder het mom van discriminatiebestrijding.
.
Hoewel er in de Rotterdamse Afrikaanderwijk een grote generatiekloof bestaat tussen de generaties -slechts de ouden bezoeken bijvoorbeeld de moskee- kan de clanleider heel wel een jonge man zijn. Zo beschrijft Jutta Chorus een 24 jarige Turkse clanleider die als een ware pater familias bepaalt hoe vrouwen van de clan zich moeten kleden, zich gedragen of en met wie zij mogen trouwen, wanneer hun onderwijs op houdt etc. Ondersteund door een groot netwerk van sociale controle, het roddelcircuit en via bedreiging, worden vrouwen die niet strikt loyaal zijn aan de luimen van de clanleider in het gareel gehouden. En dat bedreigingen ook uitgevoerd kunnen worden, daar kent iedereen afschrikwekkende voorbeelden van.
.
Het is jammer dat Chorus in haar beoordeling van deze clanorganisatie en de door deze gegenereerde maatschappelijke uitwassen niet verder durft te gaan dan "sprankjes hoop te zien" en alle beschreven ellende toe te schrijven aan het "onvermogen van mensen". Ze doelt daarmee op slachtofferschap, terwijl haar verslag veelal over criminele daders gaat. In het interview zegt ze zich te storen aan "de politieke impasse in Nederland, waarin rechts steeds rechtser wordt en links blijft hangen in politiek correcte standpunten, terwijl intussen gewoon nog onvoldoende bekend is wat er bij de mensen thuis achter de voordeur plaats vindt."
.
Zij beschrijft nu juist zxe8lf wat er achter die voordeur plaats vindt, maar durft daar dan nog geen politieke consequenties aan te verbinden. En zij vlucht vervolgens zxe8lf naar de politiek correcte standpunten, die zij bij links zo afwijst. Een gemiste kans bij dit overigens zo leesbare boek. Of zou ze -net als buurtgenoten, bestuurders en politici- ook bang zijn voor de bloedwraak van de clanleiders? In dit verband kwam ik het woord "criminaliteit" namelijk niet tegen. Zou dit te veel bedreiging jegens haar persoon uitlokken? Het heeft er veel van weg. Daarmee vergooit zij niet alleen haar integriteit, maar ook haar constructieve bijdrage om deze maatschappelijke problemen te helpen oplossen.
.
Er is alles voor te zeggen, mede op grond van dit boek, om de "laxefcitxe9" (verbod op het dragen van grote godsdienstige eretekenen in de openbare ruimte) zo snel mogelijk in te voeren, net als in Frankrijk en Belgixeb. Alleen het wettelijk verbod tot het dragen van de hoofddoek in bijvoorbeeld de advocatuur, op openbare scholen, in de collegezaal, achter de kassa, bij medewerkers van het postkantoor etc. etc. geeft (islamitische) vrouwen een steun in de rug om zich tegen hun clanleiders af te zetten en zich zo voldoende aan te passen aan ‘do’s en dont’ s’ van de Westerse samenleving. In ieders belang. In Frankrijk en Belgixeb werd het moeiteloos ingevoerd. En ik voorspel dat er in Europa binnen 7 jaar niets anders op zit om godsdienstoorlogen te voorkomen. De macht van de clans groeit namelijk lustig door, al was het maar door het -vergeleken met autochtonen- grote aantal kinderen dat daar geboren wordt.
.
Nog even de titel: "Afri -leven in een migrantenwijk" (uitgeverij Contact) door Jutta Chorus. Prijs: x80 22,50 (ingenaaid)
Toupasse
